TIP
Ga naar
az Vesalius
- Documenten
Privacyverklaring
Help
Aanmelden
'' is ingesteld als uw startportaal
Wijzigingenpaneel sluiten
Wijzigingen:   Gebruik van een wegwerpbuis indien bloedname uit (centrale) katheter of bloedname met vleugelnaald.
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
Veneuze bloedname (Versie 4)

Doel

Deze procedure beschrijft de correcte uitvoering van een veneuze bloedafname.

Toepassingsgebied

Het is belangrijk om de bloedafname op een gestandaardiseerde manier uit te voeren, zodat er juiste resultaten worden bekomen bij analyse in het labo.  Er zijn immers veel factoren die de resultaten kunnen beïnvloeden. Bv. al dan niet nuchter zijn patiënt (glucose, ijzer), stuwing (kalium), ... .

Verantwoordelijken

  • Klinisch laboratorium (uitvoerders)
  • Artsen (aanvragers/uitvoerders)
  • Verpleegkundigen (uitvoerders)

Werkwijze

1. Algemeenheden

1.1 Tijdstip

Het optimale moment voor een bloedafname is 's morgens na bedrust bij een nuchtere patiënt, tenzij speciaal vermeld. Een aantal parameters (bv cortisol, TSH, fosfaat en ijzer) vertoont een diurne variatie.

 

1.2 Nuchter

De patiënt dient in de mate van het mogelijke nuchter te zijn.  Overnacht vasten is de klassieke methode,  m.a.w. niet eten na middernacht (enkel water drinken is toegestaan).

Voor patiënten die totale parenterale voeding krijgen is het wenselijk bloed af te nemen zo lang mogelijk na het stoppen van de voeding, om zo dicht mogelijk een toestand van vasten te benaderen.

 

1.3 Handhygiëne

Denk aan de eigen handhygiëne.  Bij risico op contact met bloed, moeten handschoenen gedragen worden.

 

Ontsmet steeds de handen vóór contact met de patiënt (30 seconden inwrijven met handalcohol), dus vóór de start van de bloedafname.  Ontsmet ook steeds de handen na afloop van de bloedafname.

 

2. De patiënt

  • Vraag na of de patiënt nuchter is.
  • Vraag ook steeds mbv een open vraag aan de patiënt om zich te identificeren, dit houdt in naam (voor- en achternaam) en geboortedatum (zie procedure Identificatie van patiënten).
  • Indien de patiënt niet bewust is, controleer steeds het identificatiebandje aan de pols of verifieer bij familie of vrienden van de patiënt.

 

2.1 Plaats van afname

Gebruik een oppervlakkige ader in de arm om veneus bloed af te nemen (vena mediana, basilica of cepalica), bij voorkeur de mediane vene. Men kan eveneens op de handrug prikken maar bij diabetici en bij patiënten met circulatiestoornissen is dit te mijden. In uitzonderlijke gevallen kan men een vene thv enkel of voet gebruiken.

 

 

Laat de patiënt de arm strekken en vraag om een vuist te maken alvorens aan te prikken.

 

Enkele aandachtspunten:

  • Prik bij rechtshandigen bij voorkeur links; dit om eventuele pijnsensatie achteraf te vermijden.
  • Vermijd enkele plaatsen: zijnde borstamputatie, plaats oedeemvorming, zwelling of brandwonden, littekenweefsel, hematoom, shunt-arm dialysepatiënten.
  • Prik niet langs de kant van een intraveneuze lijn (indien geen andere mogelijkheid, prik distaal ervan).  Zo worden valse waarden door verdunning vermeden!

 

2.2 Voorbereiding punctieplaats

  • Leg een knelband (garrot) om de bovenarm die u wenst aan te prikken. 

 

Let op: ca. 7 tot 10 cm boven de punctieplaats en NIET langer dan twee minuten aanspannen!

 

Bij een moeilijk te localiseren vene:

- inspecteer, palpeer, gebruik evt. De andere arm

- masseer de arm, beklop de vene

- laat de arm gedurende een minuut naar beneden hangen

 

  • Bevestig de naald op de naaldhouder. Check vervaldatum naald!

 

  • Ontsmet de punctieplaats met een ronddraaiende beweging vanuit het centrum naar buiten.

 

  • Laat de alcohol goed opdrogen alvorens aan te prikken. Dit om de vernietiging van microben te verzekeren en hemolyse, valse waarden en pijnsensatie bij de patiënt te vermijden.

 

Belangrijk! Bij zichtbare bevuiling moeten de knelband en naaldhouder vervangen worden!

 

3. De veneuze afname

 

  • Span met de ene hand de oppervlakkige huid enigszins op, zonder de punctieplaats aan te raken (contaminatie).

 

  • Houd met de andere hand de naald met de opening naar boven in het verlengde van de ader, vrij evenwijdig (hoek ong. 15°) met de huid.

 

  • Prik vervolgens de vene aan en laat de vacuümbuisjes vlot en zonder schuimvorming vollopen. Plooi NOOIT de naald; dit veroorzaakt hemolyse.

 

  • Gebruik een wegwerpbuis (wordt als eerste afgenomen en wordt weggegooid) in de volgende situaties:

    • Bloedname uit (centrale) katheter (omwille van de dode ruimte)
    • Bloedname met vleugelnaald (omwille van de dode ruimte)

 

  • Respecteer de VOLGORDE van afname van de verschillende BUISJES.
    1. (indien nodig: zie hierboven) wegwerpbuis
    2. (indien gevraagd) hemocultuur (eerst aëroob, dan anaëroob). Steeds het rubber septum ontsmetten. Zie ook procedure "Afname hemoculturen".
    3. Citraat (blauw)
    4. Serum (geel)
    5. Heparine (groen)
    6. EDTA (paars)
    7. Fluoride (grijs)
    8. Overige

 

  • Maak de knelband los bij het vollopen van de eerste buis.

 

  • Let op dat alle tubes correct worden gevuld (minimale vullijn). Check ook hier de vervaldatum van de buisjes.

 

 

4. Na de afname

  • Trek de naald uit en druk onmiddellijk de prikplaats af, nadat de naald uit de huid is, met een droog compresje.  De arm van de patiënt blijft hierbij gestrekt.

 

  • Meng alle bloedbuisjes zorgvuldig. Niet schudden, maar omzwenken. Het aantal keren mengen hangt af van de tube: zie schema verschillende tubes.

 

  • Verwijder de naald van de houder in de naaldcontainer.  NOOIT recappen (=prikgevaar)!

 

  • Label de bloedstalen van de patiënt (mbv Cyberlab etiket of manueel geschreven: voor- en achternaam, geboortedatum) onmiddellijk na de bloedafname.
  • Indien papieren aanvraagformulier: vermeld bovenaan formulier wie de bloedafname heeft uitgevoerd. Ev. ook de tijd bij medicatie monitoring.

 

  • Verpak de bloedstalen (evt. samen met het papieren aanvraagformulier) in een plastic zakje en sluit af. Indien de bloedafname gebeurt met gebruik van Cyberlab wordt verwezen naar de Cyberlab monsterafnameprocedure.

 

  • Controleer de punctieplaats van de patiënt en kleef er tenslotte een pleistertje op.

 

  • Plaats de plastic zakjes met de bloedstalen op de voorziene plaats op de afdeling voor verder stalentransport (buizenpost) of breng ze bij urgente analyses persoonlijk naar het labo.

 

Aandachtspunten

  • Richtlijnen voor speciale analyses worden vermeld in de Mithras labogids op intranet.

Kwaliteitsindicatoren

  • Pre-analytische quality check BD (mei-juni 2016): zie map risico-analyses op Intranet
  • Opvolgen BIMS-meldingen m.b.t. bloednames (administratieve vergissingen, foutieve transport- en bewaarcondities stalen,...)
X